maart 2021

» Lees meer

Levend moerasveen in Nederland

Tot in de middeleeuwen bedekte moerasveen een groot deel van Nederland. Nu is dit landschapstype de grote onbekende in het Nederlandse natuurbeleid. En dat is eigenlijk vreemd, want er zijn legio redenen om het moerasveenlandschap in ere te herstellen: het is van grote ecologische en economische waarde. De klimaatcrisis schreeuwt om natuur die CO2 opslaat en die zelfredzaam is. Natuur waar niet continu gemaaid of gekapt hoeft te worden, maar waar een natuurlijk hoog waterpeil instellen genoeg is. Daarom pleit ARK Natuurontwikkeling voor het herstel van moerasveenvorming in het huidige veenweidegebied.

Esther Blom, Ykelien Damstra, Jeroen Helmer, Jasper Hugtenburg, Leo Linnartz & Jos Rademakers

Dit artikel downloaden als PDF pdf downloaden

De meeste veengebieden in laag Nederland zijn sinds de middeleeuwen afgegraven voor turf, in gebruik genomen als veenweidegebied (met melkproductie en inmiddels landbouw- en agrarisch natuurbeheersubsidies als inkomstenbron) of bebouwd geraakt. Slechts heel weinig voormalig laagveen is nog te kwalificeren als levend veen. Het Naardermeer is een voorbeeld van een gebied waar nog actief laagveen groeit en waar soorten als purperreiger, woudaap en klein blaasjeskruid zich thuis voelen. Echt grote laagveengebieden zijn alleen nog te vinden buiten Nederland, bijvoorbeeld in de Baltische staten en Oost-Europa.
Voor het herstel van moerasveen is niet veel meer nodig dan ondiep water. Door het waterpeil met het ritme van de natuur - met zomerse droogte en winterse natheid - mee te laten schommelen, valt de bodem `s zomers soms net droog, waardoor er veel moerasplanten kunnen kiemen. Door het geven van tijd en ruimte aan natuurlijke successie zien we processen als verlanding en verandering van vegetatietypen ontstaan. Door de voedselrijke omstandigheden groeit de vegetatie goed. Nadat de planten afsterven, komen ze (deels) onder water terecht. De zuurstofloze omstandigheden zorgen ervoor dat de plantenresten niet verteren, maar zich ophopen. Dit proces herhaalt zich jaar na jaar. De onderste lagen met planten worden aangedrukt en worden continu aangevuld met nieuw organisch materiaal. Het veen groeit. Wij geloven in een toekomst voor moerasveen. Het biedt namelijk oplossingen voor vele maatschappelijke uitdagingen van deze tijd.

Explosie van leven

Moerasvenen zijn niet het meest geliefde natuurdoeltype van Nederland. Waar er onder natuurbeschermers veel aandacht is voor veenvorming onder mesotrofe en oligotrofe omstandigheden (veenmosveen, kraggenveen), wordt moerasveenherstel in de eutrofe omstandigheden van laag Nederland weinig gewaardeerd. En dat terwijl moerasveen een zeldzaam type natuur is geworden in Europa, waar tal van dieren en planten in kunnen floreren. Subtiele hoogteverschillen in het maaiveld, gradiŽnten in waterkwaliteit, dieper en ondieper water en de verschillende overgangen hiertussen zorgen voor veel variatie in vegetatie. Van onderwaterplanten en drijvende waterplanten naar oeverplanten, van moerasplanten naar drogere ruigtesoorten. Tussen al deze verschillende plantensoorten komen limnofiele vissoorten voor, libellen, waterkevers, vlinders, riet-, moeras- en watervogels en zoogdieren, zoals otter, goudjakhals en Noordse woelmuis. En als het aan ARK ligt ook de eland, een soort die in Nederland tot de elfde eeuw voorkwam en die een belangrijke rol kan spelen in het beheer van de veenmoerassen. Moerasveen kan zelfs ontstaan in brakke omstandigheden waarbij zouttolerante soorten als zilte rus, heen, riet en biezen goed gedijen.
Omdat veenmoeras natuur is die past bij wat de omstandigheden - denk aan waterspiegel en voedselrijkheid - hier bieden, is het beheerarme natuur. Er hoeven na inrichting relatief weinig maatregelen genomen te worden om het landschap te laten ontstaan en te laten doorontwikkelen. Dat maakt het wat betreft beheer goedkope natuur. Veenmoeras kent successtadia die steeds weer iets nieuws brengen, van rietveen tot bosveen, en - na ingrijpende gebeurtenissen als overstromingen - weer stappen terug in de successie. Administratief is deze natuur juist een beetje lastig, juist omdat de successie almaar doorgaat en steeds weer andere natuur brengt. Het is natuur die nooit af is.
Voor mensen uit de Randstad is deze nieuwe natuur dichtbij; zodra ze de stad uit zijn, kunnen ze van moerasveennatuur genieten. Het kan ook mensen van verder weg aantrekken. Zeker als het voldoende robuustheid krijgt, boven de duizend hectares, waardoor het de moeite waard wordt om te bezoeken. Met spannende knuppelpaden, kanoroutes, uitzichtpunten en kijkhutten zijn de oermoerassen uitstekend beleefbaar.

Vastlegging in plaats van uitstoot

Levend veen stoot geen CO2 uit, maar legt het vast. Het huidige veenweidegebied stoot juist wel CO2 uit. De verdroging en daaropvolgende verbranding van het veen in het veenweidegebied draagt substantieel bij aan de CO2-uitstoot: circa 4 tot bijna 7 megaton per jaar (PBL, 2016). In 2050 moet de totale Nederlandse CO2-uitstoot gereduceerd zijn naar 11 megaton. Wanneer er niets verandert, zou in 2050 bijna de helft of meer van de totale toegestane CO2-emissie van Nederland worden opgesoupeerd door de veenweidegebieden (Rijksadviseurs voor de Leefomgeving, 2020). De nu her en der toegepaste strategie om de veenweidegebieden te vernatten tot dichter onder het maaiveld helpt bij het terugdringen van de uitstoot. Maar de bovenste laag droog veen zal blijven oxideren en zal dus ook CO2 blijven uitstoten en bijdragen aan de bodemdaling. Vernatten tot onder het maaiveld zorgt weliswaar voor een vermindering van het probleem, maar biedt geen duurzame oplossing.
Met het jaarrond verhogen van het peil tot boven het maaiveld hoopt het organisch materiaal zich op onder water, waardoor geen oxidatie plaatsvindt. Er ontstaat op den duur veen en koolstof wordt vastgelegd in plaats van uitgestoten. Venen zijn naast kwelders en oceanen de enige sink voor kooldioxide die op mondiale schaal zoden aan de dijk zetten in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Doordat moerasvenen ontstaan in voedselrijke situaties, zijn ze heel productief: ze leggen aanzienlijk meer koolstof vast dan hoogvenen. Het vernatten tot boven het maaiveld zorgt in de eerste jaren weliswaar voor extra uitstoot van het broeikasgas methaan, maar deze uitstoot wordt gecompenseerd door de grote vastlegging van CO2.
Op den duur groeien er bomen in het moerasveen. Er wordt dan ook bovengronds koolstof vastgelegd. Het laten ontstaan van moerasveen met bos kan dan ook uitstekend gecombineerd worden met de implementatie van de nieuwe bossenstrategie van de overheid.

Uitstekende klimaatbuffers

Veenherstel is door de koolstofvastlegging niet alleen een effectieve mitigatiemaatregel, maar ook een uitstekende klimaatadaptatie-maatregel. De gebieden waar het waterpeil opgezet is, bieden zelf tegendruk aan zoute kwel en hoeven daardoor niet meer doorgespoeld te worden met gebiedsvreemd zoet water. Hierdoor wordt bespaard op de schaarse zoetwatervoorraden in Nederland. In veenmoerassen groeien veel plantensoorten als lisdoddes en riet die als helofytenfilter kunnen dienen en zo het water schoner maken door natuurlijke zuivering. Het overschot aan water, dat niet nodig is voor de veenvorming, kan worden gebruikt voor drinkwater. Moerasveengebieden kunnen bovendien goed worden ingezet als waterbergingsgebieden in tijden van wateroverlast door hevige regenval. Als (na minstens enkele eeuwen) hoogveen ontstaat op het moerasveen, werken de veenmossen ook nog eens als sponzen die dat water lang vasthouden en maar langzaam weer afgeven.

Meegroeien met het water

Bodemdaling is in laag Nederland nu al een wezenlijk probleem, met verzakkende wegen, huizen en infrastructuur als gevolgen schrikbarend hoge kosten voor de samenleving. Het Planbureau voor de Leefomgeving schat de maatschappelijke kosten van bodemdaling tot 2050 voor heel Nederland op 22 miljard (PBL, 2016). De extra kosten voor waterbeheer in de veenweidegebieden bedragen ongeveer 200 miljoen over een periode van veertig jaar. Deze kosten komen vooral terecht bij de waterschappen.
Door jarenlange ontwatering en verbranding van het veen en dientengevolge inklinkende bodems, is de bodem op veel plaatsen flink lager dan dat hij was. Bijvoorbeeld in het Groene Hart, waar de bodem met wel 4 m is gedaald. Soms daalt de bodem zelfs tot op de bodemlaag eronder: de klei. Deze bodemdaling is een probleem op zich, maar is met het oog op de stijgende zeespiegel en de waterveiligheid - het toenemende risico op overstromingen en wateroverlast - extra problematisch.
Flinke vernatting, met plasdras boven het maaiveld, levert een belangrijke bijdrage aan het tegengaan van inklinking. Met de opbouw van organisch materiaal bouwen we het landschap weer op en kunnen we spreken van de rijzende zomp; een weinig respectvolle naam voor een heel mooi mechanisme.

Uitgangspunten moerasveenherstel

Het ingedommelde proces van veenvorming kan weer wakker worden gekust. Wat is hiervoor nodig? ARK wil een proefproject opstarten om uit te zoeken wat wel en niet werkt onder welke omstandigheden en om te laten zien wat er mogelijk is. Enkele algemene uitgangspunten kunnen echter al wel worden geformuleerd:

Hoe nu verder?

Herstel van ons moerasveen blijkt in de praktijk geen laaghangend fruit. Dat hebben we ervaren na het opleveren van een natuurvisie in 2018 voor de Provincie Noord-Holland (ARK Natuurontwikkeling, 2018), waarin we inzoomden op het nut dat moerasveenherstel heeft. Aansluitend op deze visie wilden we in ieder geval beginnen met een voorbeeldproject in Noord- of Zuid-Holland, Utrecht of Friesland. Een locatie voor zo`n project hebben we niet kunnen vinden, om verschillende redenen. De gehechtheid aan het open veenweidelandschap in laag Nederland blijkt groot. Moerasveen past niet meer in het referentiebeeld van de huidige bewoners. En het veenmoeras waar wij voor pleiten is niet te combineren met intensieve melkveehouderij of met agrarisch natuurbeheer dat gericht is op het behoud van weidevogels. Moerasgebieden zijn eenvoudigweg te nat voor vee. Daarmee ligt deze transitie politiek meteen een stuk gevoeliger. Daarnaast wordt veenherstel niet als innovatief gezien. Er zijn geen technologische hoogstandjes als onderwaterdrainage voor nodig. De natuur heeft het wiel namelijk al miljoenen jaren geleden uitgevonden, dat hoeven we dus niet opnieuw te doen. Met de natuur werken en de natuurlijke processen hun werk laten doen, dat is hier de innovatie.

ARK houdt niet alleen van dromen, maar ook van doen. Met partners willen we onze moerasveendroom realiseren, liefst op grote schaal. Te beginnen daar waar de wal het schip al keert, bijvoorbeeld in gebieden met grote bodemdaling of zoute kwel. Het op gang brengen van veenvorming is te koppelen aan al die andere opgaven waar we in Nederland voor staan: de natuurhonger die in de coronatijd zo duidelijk is geworden, een slimme strategie tegen klimaatverandering, de implementatie van de bossenstrategie, het tegengaan van de insectencrisis, het oplossen van de stikstofcrisis en de bodemdaling en het combineren van woningbouw met natuurontwikkeling.
We moeten een nieuw referentiebeeld opbouwen over hoe de natuur in Nederland eruit kan zien. Dat vraagt om politieke moed, want dit vergt keuzes die op korte termijn wellicht pijn doen, maar op langere termijn vooral winst opleveren.
Hier willen we aan meewerken door te beginnen met een voorbeeldproject samen met partners, waarin we praktijkkennis en inspiratie opdoen. Let`s Re-peat!

Bronnen

Ark Natuurontwikkeling, 2018. Gedroomde kansen voor Noord-Holland.
Planbureau voor de Leefomgeving, 2016. Dalende bodems, stijgende kosten. Den Haag.
Rijksadviseurs voor de Leefomgeving, 2020. Stop bodemdaling in veenweidegebieden: het Groene Hart als voorbeeld. Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur.

Esther Blom - Esther.Blom@ARK.eu
Ykelien Damstra
Jeroen Helmer
Jasper Hugtenburg
Leo Linnartz
Jos Rademakers

Alle auteurs zijn werkzaam bij ARK Natuur- ontwikkeling.