Richtlijnen voor auteurs

Dit zijn de richtlijnen voor een artikel bij De Levende Natuur.

Kies voor een heldere, afgebakende vraagstelling

  1. Korte titel (max. 65 tekens).
  2. Intro: Moet kort zijn (max. 70 woorden) en de vraagstelling bevatten. Maak de lezer nieuwsgierig, dus geen samenvatting. Het intro vormt een zelfstandig onderdeel. Pas daarna begint het eigenlijke artikel.
  3. Lengte van het artikel (incl. literatuurlijst, dankwoord en bijschriften) is: max. 4 pagina’s (ca. 2.600 woorden). Alleen in overleg kan hiervan worden afgeweken.
  4. In de literatuurlijst mogen maximaal 15 referenties worden vermeld.
  5. Vermijd lange tabellen.
  6. Bijschriften bij figuren en foto’s moeten informatief zijn. Vermeld ook de fotograaf.

Schrijfwijzer

  1. Tekstindeling: Titel - korte intro (vraagstelling) – tekst (incl. eventuele tekstkaders) - literatuur - Engelstalige samenvatting - eventueel dankwoord - gegevens auteur - (eventueel) tabellen - bijschriften figuren/ foto’s.
  2. Gegevens auteur(s) als volgt: voornaam, achternaam, organisatie, e-mailadres.
  3. Literatuurverwijzingen in de tekst als volgt opnemen. Bij één auteur: (achternaam, jaartal); Bij twee auteurs: (achternaam & achternaam, jaartal); Bij drie of meer auteurs: (achternaam 1e auteur et al., jaartal).
  4. Opbouw literatuurlijst: kopje Literatuur. Daaronder op alfabetische volgorde van achternaam. Eerst achternaam, dan voorletters, dan eventuele voorvoegsels, jaartal punt. Titel punt. Uitgave (naam komma plaats punt). Indien specifieke bladzijden, dan geen punt, maar dubbele punt, 1e pagina - laatste pagina punt. Indien twee auteurs: Achternaam 1e auteur, voorletters, eventuele voorvoegsels & voorletters 2e auteur, eventuele voorvoegsels, achternaam komma jaartal punt enz. Indien drie auteurs of meer: Achternaam 1e auteur, voorletters, eventuele voorvoegsels komma voorletters 2e auteur, eventuele voorvoegsels, achternaam & of komma voorletters 3e auteur, eventuele voorvoegsels, achternaam enz. komma jaartal punt enz.
  5. Verwijzingen naar tabellen, figuren (bv. grafieken) en foto’s in de tekst als volgt: (tabel x), (fig. x) of (foto x).
  6. Bijschriften tabellen, figuren en foto’s als volgt: Tabel x punt Titel; Fig punt x punt Titel; Foto x punt Titel.
  7. Beeldmateriaal nummeren; d.w.z. aparte nummering voor figuren, fotomateriaal en tabellen.
  8. Namen van soorten worden met kleine letters geschreven (dus geen beginkapitaal). De wetenschappelijke naam gebruiken we alleen als verwarring mogelijk is of bij soorten zonder Nederlandse naam. Namen van vegetatietypen: Wetenschappelijke naam cursief. Bijv: ...als rompgemeenschap van het Genisto-Callunetum… of ... droge heischrale graslanden (Galium hercynici-Festucetum ovinae)...

Wijze van aanleveren

  1. Tekst dient zonder opmaak via e-mail aangeleverd te worden.
  2. Beeldmateriaal (tabellen, figuren, foto’s) niet in de tekst opnemen, maar aanleveren op aparte pagina(‘s) en als separate bestanden.

Beeldmateriaal

  • Het blad wordt gedrukt in full-colour: dus beeldmateriaal wordt in principe in kleur geplaatst.
  • Kleurenblindheid: houd bij het samenstellen van beeldmateriaal (met name grafieken/diagrammen) rekening met kleurenblindheid. Voorzie lijnen daarom behalve van verschil in kleur, ook van bolletjes, vierkantjes etc.
  • Eenheid in vormgeving: omdat De Levende Natuur streeft naar een consequent gebruik van lettertypen en lettergrootte (i.v.m. de leesbaarheid) dient u beeldmateriaal waarin tekst voorkomt, zoals illustraties, kaarten en figuren zowel met, als ook zonder tekst aan te leveren.
  • Kaartmateriaal: het verzoek is om zowel een bestand met alle door u toegevoegde gegevens (terreinnamen, belijning, noordpijl, schaalbalk, legenda enz.) aan te leveren, als een bestand van de ‘kale’ onderliggende kaart met apart de legenda. Indien u dit als een Photoshop-bestand aanlevert, dan de toegevoegde gegevens in aparte lagen opnemen. Let op: niet samenvoegen bij het opslaan!
  • Foto’s, illustraties en kaartmateriaal digitaal aanleveren in hoge resolutie; elk als een los bestand. Bedenk dat voor een goed drukresultaat minimaal 300 dpi op afdrukgrootte nodig is; dat betekent dat voor een pagina-breed beeld (foto, illustratie of kaart) van 21 cm (± 2.500 pixels) en een hoogte van bijvoorbeeld 10 cm (± 1.250 pixels) het bestand weggeschreven als TIFF (rgb) rond 9 MB wordt en weggeschreven als .jpg (rgb) tegen de 3 MB. Opmerking: beeld dat voor een Powerpointpresentatie is aangemaakt is ongeschikt voor kwalitatief drukwerk.
  • Tabellen bij voorkeur aanleveren als Excel-bestand. Of maken met behulp van tabinstelling (dus niet met spaties).
  • Grafieken en diagrammen aanleveren als losse (Excel- of Word)bestanden zonder opmaak (omkadering etc.); niet in het tekstbestand opnemen. Grafieken gemaakt in Excel graag als excel-bestand aanleveren. Figuren kunnen ook als gevectoriseerd eps-bestand (bijv. vanuit Illustrator) of als pdf (met hoogwaardig profiel i.v.m. drukwerkkwaliteit) aangeleverd worden.